De geschiedenis kleeft aan onze kerken en parochies. |
|
|
|---|
|
Vanuit haar woonkamer kijkt Marleen op de wallen van het kasteel d’ Ursel uit. Hierin lagen vroeger de wijmen van de mandenmakers te weken. Op de achtergrond eveneens de rododendrons die in juni de wallen zo prachtig paars kleuren. Klein-Brabant is vakantieland. Het hele jaar door genieten mensen van onze prachtige streek. Zelfs de’wielerterroristen’ die zich onze dijken soms toe eigenen, kunnen niet voorbij aan het prachtige Scheldelandschap. Wandelaars en fietsers die vertragen en ook het binnenland, zelfs het Buitenland, intrekken, ontdekken nog meer moois in onze kerkdorpen. Hier heeft niet alleen de natuur kunstwerken nagelaten. Ook de mens heeft zijn stempel op deze streek gelegd. Voor het verhaal bij dit alles kan je terecht bij onze gidsen van Klein-Brabant. Als geen ander weten zij het verleden weer op te roepen. Marleen Borms is één van hen. |
Een microbe
“Ik was achttien jaar toen ik geboeid naar de gids stond te luisteren in de Dôme des Invalides in Parijs. We waren op schoolreis. Toen dacht ik het voor de eerste maal. Dat wil ik later ook doen: mensen gidsen.
Er gingen achtentwintig jaar over. Marleen Borms, geboren te Mortsel en opgegroeid in ’s Gravenwezel, was ondertussen met haar gezin in Hingene neergestreken. Een noodgedwongen einde aan een loopbaan in de administratie betekende een nieuwe start.
“De oude droom dook weer op. Waarom niet gids worden in eigen streek? Er startte juist een nieuwe cursus Toeristische Gids Antwerpen. Ik ging de uitdaging aan. In het begin was het wel best zwaar: opnieuw studeren, werkjes maken, zelfs een heel eindwerk. Maar sinds ik op 1 april 2004 mijn diploma haalde, ben ik niet meer gestopt met studeren. Natuur in zicht, Schelde Estuarium Gids, Stadsgids Mechelen, Frans voor Gidsen…je wilt altijd meer weten, nog correcter het verhaal van deze streek brengen. Geschiedenis is als een puzzel die in elkaar schuift. Uiteindelijk wil je niet liever dan nieuwe puzzelstukjes vinden.”
Op zolder
“We hadden het geluk om in de Louis De Baerdemaekerstraat te Hingene komen wonen, aan de wallen van het kasteeldomein d’ Ursel. Dit dorp is één en al geschiedenis. Het huis waarin we kwamen wonen was één en al geschiedenis. Er woonde vroeger een familie van mandenmakers, Vertongen. Op een boogscheut ligt het kasteel d’Ursel.
Buiten het oude adreskaartje van deze “firma” vonden we op de zolder van ons nieuwe eigenlijk oude- huis ook nog een boek: “De geschiedenis van Hinghene” door Leopold Mees. Wat een schat aan informatie en een schoolvoorbeeld. Onze streek bestond uit dorpen met een sterk gemeenschapsleven dat zich onder de kerktoren afspeelde. Hoe hebben de mensen hier geleefd? Waarvan leefden ze? Wat verenigde hen, al was het in fanfares of sportclubs? Vaak komen wij haast onmiddellijk terecht bij de parochies. De geschiedenis kleeft aan onze kerken en parochies.
Kerktorens en spotnamen
Soms vaar ik met groepen op de Schelde. Hoe vaak duikt dan geen kerktoren op in het landschap. Het zijn trouwens bakens, oriëntatiepunten om de weg te zoeken. En elke kerk roept wel een verhaal op waarin gewone mensen een rol spelen. Bij de kerk van Weert denk ik aan de slijkneuzen, de bijnaam van de Weertenaars. Het waren mensen die haast op handen en voeten hun boterham verdienden in het slijk, de vette grond van Weert. Wat een zicht leverde dit op als de mensen die vroeger geen zakdoek hadden om hun neus te snuiten? Inderdaad, slijkneuzen.
Wanneer ik de toren van Branst zie opduiken denk ik aan die pastoor die met zijn parochianen op zoek ging naar een weggelopen geit. Een opvliegende en mekkerende roerdomp bracht iedereen in de waan dat er ‘vliegende geiten’ bestonden. Het werd de spotnaam voor de inwoners van Branst.
Bij de kerktorens van Sint-Amands en Mariekerke die naar elkaar uitdagend staan te kijken, komt het rijmpje in mijn hoofd ‘Sint-Amands, grote glore, ze hebben een kerk, maar geen tore(n)’ waarop die van Sint-Amands dan antwoordden ‘Mariekerke, de visserij, ze hebben een tore(n), maar geen kassei.’ Het rijmpje bestaat in allerlei versies.”
Religieus erfgoed
“Het religieus erfgoed van onze gemeente is groot. We hebben heel oude kerken als die van Hingene en Bornem-Centrum met de crypte, maar ook kleine pareltjes zoals die van Eikevliet. De abdij roept dan weer eveneens een eeuwenlang verhaal op rond Pedro Coloma, Engelse Dominicanen op de vlucht en Cisterciënzers uit Hemiksem op zoek naar een nieuwe stek. Het is een verhaal zonder einde. Want wat nu als de gebouwen een nieuwe bestemming krijgen? Onze kapelletjes mogen evenmin over het hoofd gezien worden. Ook aan deze bouwwerken kleeft een geschiedenis van gewone mensen. Zelfs een kerk die er niet meer is heeft een wondere geschiedenis. Tot driemaal herbouwden de mensen de kerk van Nattenhaasdonk die meermaals onder water liep. Uiteindelijk bouwden zij de Sint-Margarethakerk op hoger gelegen grond. Natuur en cultuur zijn niet te scheiden in onze streek. Ze zijn als de getijden van de Schelde, eb en vloed.
pm