LANDELIJKE GILDE BORNEM

Een springlevende honderdjarige

Het bestuur van de Landelijke Gilde voor de oude "Boerengildevlag".

Secretaris Jozef De Smet raakte niet uitgepraat.

De Landelijke Gilde (vroeger ‘Boerengilde’) van Bornem bestaat honderd jaar. En dat zal gevierd worden! Op zaterdag 4 februari 2012 wordt het feest om 15 uur ingezet met een eucharistieviering in de kerk van Branst. Daarna volgen een receptie, gelegenheidstoespraak door de provinciale voorzitter en de uitreiking van eretekens aan verdienstelijke (ere-)leden. De dag wordt afgesloten met een avondfeest met o.a. een verrassingsoptreden door enkele leden.

Secretaris Jozef De Smet neemt ons vandaag mee in het boeiende verhaal van deze gilde.

Van liefdadigheid tot bank

“Eigenlijk moet ik teruggaan tot de hongerwinter van 1846-1847. De armoede onder de boerenbevolking als gevolg van de terugbetaling van geld aan woekeraars bezorgde de burgemeester van het dorpje Weyerbusch in Duitsland slapeloze nachten. Hij richtte een liefdadigheidsbeweging op om de onmiddellijke nood te lenigen. Hij zocht een oplossing op lange termijn en zou pas rust kennen toen hij in 1864 zijn liefdadigheidsvereniging omvormde tot een boerenleenbank. Hij verzamelde de spaargelden van de plattelandsbewoners om daaruit te voorzien in de behoefte aan krediet. De idee van Friedrich Wilhelm Raiffeisen, want zo heette die burgemeester, kreeg navolging in vele landen. Ook bij ons.

Rond 1900 was Bornem een agrarische gemeente. De graaf was de grootste werkgever. Verder waren 2 weverijen, enkele mandenmakerijen en brouwerijen de enige vorm van werkgelegenheid. Er waren een paar winkeltjes en de rest van de bevolking leefde van de landbouw. De toenmalige onderpastoor E.H. Verbist kon na talrijke gesprekken in de herberg ’t Gemak op 12 mei 1912 enkele boeren overtuigen een bond te stichten, die de ergste noden van de plattelandsbevolking moest helpen lenigen. Hijzelf werd proost, voorzitter, schrijver, zaakvoerder en voordrachtgever. Tegen het einde van het jaar was het ledenaantal van 20 aangegroeid tot meer dan 100.

Wederopbouw in solidariteit

Tijdens de eerste wereldoorlog stond het aantal vergaderingen op een laag pitje maar de werking onder de leden bleef bestaan. Om strategische redenen had het leger den Boskant, de Grootheide en een deel van de Kloosterstraat met de grond gelijk gemaakt. De wederopbouw na de oorlog, het herstellen van oorlogsschade en de hulp aan de gedupeerden was voor het grootste deel het werk van de Gilde. Het ledenaantal bleef groeien tot meer dan 200 en op 1 september 1919 sloot de Hoveniersbond zich officieel aan bij de Boerenbond te Leuven.

Melk, asperges en kiekens

E.H. De Ceulaer werd de volgende proost. Hij bouwde de gilde uit tot een modelvereniging met zelfs een eigen fanfare. Zelf richtte hij een spaar- en leenkas op naar het voorbeeld van Raiffeisen. De technische leiding van de gilde werd toevertrouwd aan de broeders, meer bepaald aan broeder Lacops. Hij verzorgde de voordrachten en was bovendien de voortrekker van de aspergeteelt in Klein-Brabant. Hij richtte in Bornem de eerste gewestelijke lagere en middelbare landbouwschool op. Zijn opvolger, Broeder Oswald, durfde het aan, ondanks de tegenwerking van het hoofdbestuur van Leuven, op Allerheiligen en Allerzielen van 1935 een melkstaking te organiseren. De eerste in België! Broeder Oswald werd bij wijze van sanctie door zijn orde in Oostakker teruggeroepen en in Ronse in een soort kiekenkot gestopt.

Tijd voor ontspanning

In de jaren die volgden had het gemeenschappelijke landbouwbeleid binnen de EEG heel wat kleinere landbouwbedrijven doen verdwijnen en voor de resterende bedrijven een verregaande specialisatie noodzakelijk gemaakt. Dit zette het hoofdbestuur te Leuven ertoe aan om in 1972, al naargelang de specialisatie, de bedrijven onder te brengen in diverse bedrijfsgilden. Onze vereniging werd herdoopt in ‘Landelijke Gilde’. In 1977 volgde E.H Gauchez E.H. Hamerlinck op als proost.

Er kwam meer tijd vrij voor allerlei activiteiten en onderwerpen die niet rechtstreeks verband hielden met het landbouwbedrijf. Zo ontstond er ook een nauwere samenwerking met de KVLV. Die samenwerking mondde uit in talrijke nieuwe initiatieven. In mei 1978 organiseerden wij voor het eerst in Klein-Brabant onze hoevefeesten. Ambachten en activiteiten die verband hielden met het buitenleven, werden in het daglicht geplaatst. Je kon er eten en drinken als op een vroegere boerenkermis. Vanuit die hoevefeesten groeide ook de liefde tot het vlegeldorsen. We gingen zelfs deelnemen aan wedstrijden. In 1980 haalden we zelfs de nationale kampioenentitel binnen onder de nooit aflatende inzet van onze coach Jos Verheyden. In september 1982 richtten we voor het eerst een boerenmarkt in. Nu, 30 jaar later, doen we dat nog steeds. Op 1 mei 1989 startten we met de Kruisprocessie vanaf de Barelhoeve tot aan het bedrijf van de familie Schelfout, gevolgd door een stemmige eucharistieviering ter plaatse. Ook dit is een jaarlijks evenement geworden. Voorts hebben we ook nog onze jaarlijkse lentewandeling, telkens afgesloten met een wafelenbak voor alle deelnemers in ons lokaal ’t Kelderke. Een geslaagde avondwandeling door de Antwerpse uitgangsbuurt (1986) met bezoek aan de befaamde snorrenclub, was de aanzet tot vele andere stadsbezoeken. Onder impuls van Karel Stroobant maken we sinds 1996 ook geregeld meerdaagse busreizen. Zo bezochten we o.a. de Moezelstreek, de Elzas, het Zwarte Woud, Saarburg.

Aandacht voor vorming

De voorbije jaren hebben we ook heel wat interessante vergader- en gespreksavonden gehad over de meest uiteenlopende onderwerpen: gezin, gezondheid, energiebesparing, vreemde landen en culturen, enz. Heel wat grote sprekers hebben we naar ons lokaal gehaald. Wereldreiziger Bernard Henri, de vroeger VRT-baas Cas Goossens, journalist Peter Verlinden, Louis De Lentdecker, Hugo De Ridder, Vic De Donder en nog zovele anderen.

Eigenlijk zou ik nog uren kunnen doorgaan. Ik zou nog zoveel meer namen en gebeurtenissen kunnen aanhalen. Eigenlijk wou ik het verhaal van onze gilde vertellen. Een verhaal van bewogen mensen, die zich met enthousiasme hebben ingezet om het lot en de levensomstandigheden van hun medemensen te verbeteren en aangenamer te maken. Een verhaal ook van vriendschap en gezelligheid.”

mvd